De straat is de wereld

Op de kade, naast een houten bankje, stonden een oudere man en een meisje te praten, ieder met een miniformaat hondje aan de lijn. ‘De straat is de wereld,’ zei de man juist toen wij passeerden, en in mijn hoofd vormde zich een tekening van Peter van Straaten. Hij heeft gelijk, dacht ik terwijl we het oude centrum van Dordrecht uit liepen.

Even daarvoor, onderweg naar Villa Augustus, zag ik borden met de tekst ‘Blijf thuis! Samen sterk tegen corona’. Het leek me een tekst uit een ander leven, voordat de lente aanbrak. Dat is het met de lente, de zon gaat schijnen en het lijkt alsof het nooit anders geweest is.
Blijf thuis, blijf aldoor maar thuis, dat kan niet gezond zijn, daar is een mens niet voor gemaakt. Juist nu, zei ik tegen J., moet iedereen zoveel mogelijk naar buiten, vitamine D opdoen, en het licht en de warmte opzuigen. We zijn nu al zo lang onze gezondheid aan het ondermijnen door de coronaregels op te volgen, wat natuurlijk een totale paradox is, omdat het pakket maatregelen bedoeld is om ons gezond te houden. Maar van een beperkte actieradius, het ervaren van onvrijheid en veel binnen zitten worden mensen niet gezonder, daar wordt het immuunsysteem alleen maar zwakker van. Weegt het niet krijgen van dit virus op tegen alle andere schade die we oplopen?
Wat zou bijvoorbeeld een ander niet mogen aanraken op lange termijn met een mens doen? Hoe lang blijven we andere mensen als gezondheidsrisico’s zien? Gaan de mondkapjes ooit weer af?
Ik las over huidhonger, en de mooie uitspraak van Aaf Brandt Corstius, die ‘mensen mist die ze niet kent.’ Ik mis ze ook, alhoewel ik merk dat ik goed zonder ze kan leven. De oordelende blikken van anderen mis ik totaal niet, ik maak me nooit meer druk over wat ik aan moet naar mijn werk zodat ik de priemende blikken naar mijn vetrollen kan vermijden.
De mensen die ik ken, die mis ik oprecht, en ze zien en spreken via een scherm volstaat niet. Het is een troost die steeds schraler wordt. We moeten de straat weer op, de wereld in.

Wij bleven niet thuis, maar trokken in een fijne hotelkamer aan het water, wandelden in de stad en de Biesbosch, aten en dronken lekkere dingen en zaten in de zon. Onze zoon bleef wel thuis en nodigde een vriend uit die bleef slapen. Zo had hij ook eens twee dagen voor zichzelf, en de vrijheid om samen met die vriend te bepalen hoe het weekend eruit zou zien. Ik genoot van deze nieuwe dimensie in het ouderschap, ook omdat ik het goed kon loslaten, wetend dat er fijne buren nabij zijn als er nood aan de man zou zijn.
‘Ik trap de deur wel in als jullie te lawaaiig worden,’ zei onze naaste buurvrouw gekscherend tegen Merlijn, waarop hij zei: ‘dat hoeft niet, L., want je hebt een sleutel, dus kom maar gewoon binnen.’ Vertrouwen hebben in elkaar, dat is ook de wereld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *