Coronapost 2

Werk

Waar werk voorheen een exercitie was van voorbereidingen, lange in koffie gedrenkte reizen, intense gesprekken en indrukken, is het nu een soort dagdroom geworden waar ik in stap zodra ik op maandagochtend de computer aanzet, en waar ik met hoofdpijn en een vermoeidheid van lijf en leden langzaam weer uit drijf op donderdagavond. Ik bespreek het met vrienden die dezelfde ervaring hebben en we komen er niet uit. Is het een soort daze vanwege het gebrek aan variatie? Is het de lange zit achter de computer? Komt het doordat werk en privé naadloos in elkaar zijn overgegaan door het thuis werken? Ligt het aan het feit dat gesprekken op schermen plaatsvinden, waardoor je tegelijkertijd moet luisteren naar stemmen en ingespannen moet turen naar kleine, door haperende WiFi soms onscherpe gezichtjes, waarbij je alle subtiele signalen van non-verbale communicatie mist?
Ik weet het niet. Ik doe mijn werk goed, denk ik, en met dezelfde aandacht en intensiteit. Er is werk bijgekomen door de lockdown waar ik plezier in heb, en daardoor is het even druk als voorheen. De vorm vraagt blijkbaar iets van me waardoor ik er anders uit kom. Op donderdagavond suizen mijn oren en voel ik me alsof ik net geland ben en uit een vliegtuig wankel, onvast op de benen door de lange zit en dito verblijf in het luchtruim.
Het went niet, en dat is oké. Het is de realiteit. Daar kan ik mee omgaan.


Thuis

Goh, zei ik tegen de echtgenoot, wat doen wij het goed. We zijn elke dag met zijn drieën thuis en er is geen onvertogen woord gevallen. Of zijn er dingen die we moeten bespreken? Hij dacht het niet. Hij is sowieso een veel beter mens dan ik, vrij van ergernissen over futiliteiten.
Ik had kunnen weten dat ik deze uitspraak niet had moeten doen. Altijd als ik een situatie bevestig, zoals ‘wat fijn dat ik al een tijd geen blaasontstekingen meer heb’ of ‘nou, ik denk dat die enorme belastingaanslag niet meer komt’, word ik de volgende dag al tegengesproken door een acute verandering. Alsof ik een uitnodiging heb gestuurd. Beng, daar is de blaasontsteking, en kijk, daar komt de blauwe envelop door de bus.
De volgende dag was daar dus ook ons onvertogen woord. Iets over ruimte voor jezelf en een verkeerde interpretatie daarvan. Het was gelukkig snel uit de lucht. We beseffen dat we elkaar meer dan ooit nodig hebben, en een stabiele factor en voorbeeld zijn voor onze zoon. Gewoontes als samen eten, wandelen, een film kijken, een spelletje doen zorgen dat we ons sterk blijven voelen als gezin. Hard nodig omdat we alle drie aardige eenpitters zijn.
Ik weet niet of onze zoon een uitgestelde puberteit heeft qua woede naar de wereld en zich afzetten of dat dit niet meer gaat gebeuren, maar het komt voor nu heel goed uit dat hij ontspannen is, ons gezelschap niet ergerlijker vindt dan nodig en zichzelf vermaakt als wij werken.
Vanwege mijn pre-computertijd opvoeding ben ik wel eens bezorgd over het urenlang achter elkaar gamen. De jaren ’70 moeder in mij wil dan dingen roepen als ‘ga toch lekker naar buiten’, maar ik besef dat er weinig te doen valt buiten, dat op 1,5 meter afspreken met je vrienden niet makkelijk is in kleine tienerkamers en dat zaken als zwemmen of zomaar random door de stad lopen uit den boze zijn. De tennis- en drumlessen zijn er niet meer, het bijbaantje is al maanden gestopt. Nu de samenhang van elkaar elke dag zien op school is weggevallen, is afspreken buiten deze context ook lastiger voor pubers van zoon’s leeftijd. Zomaar even lekker naar buiten gaan is gecompliceerder geworden. Dus ik houd mijn mond en laat onze zoon doen wat hij prettig vindt. Het komt vast goed. Hij is nog steeds een lieve, behulpzame jongeman die ook graag uren met een goed boek in een stoel hangt.

Unlocked

Nu de regels soepeler worden en we meer ‘mogen’, ervaar ik niet meer vrijheid. Alles wat ik binnen een afgesloten ruimte afspreek gaat met een gespannenheid aan beide kanten van de afspraak die maakt dat ik opgelucht ben als het voorbij is. Ik ben zelf niet bang voor het virus, wel voor wat het kan aanrichten als ik het bij me draag. Natuurlijk lees ik wat het kan doen, en heb ik me in nachtelijke uren wel eens zwetend voorgesteld hoe het is om langzaam te stikken in je eigen longvocht, om dan tot besef te komen dat het niet voorkomen kan worden door me in detail voor te bereiden op hoe het zou kunnen zijn. Dat was een jarenlange tactiek van mijzelf om mijn ziekteangst, ingegeven door mijn door een bacterie gestorven partner, de baas te worden, maar ik ben oud genoeg om te beseffen dat dit oude rituelen zijn die me niets hebben gebracht.
Dus ik laat los, maar draag tegelijkertijd de lading van het feit dat dit niet iets is wat alleen mij kan treffen. Ik ben nog steeds extra voorzichtig, ga niet ergens heen als het niet hoeft of zorg ervoor dat het buiten plaatsvindt.
Ik omarm ‘het nieuwe normaal’ beslist niet. Het ergert me hoe snel de regering komt met dit soort luchtige termen en hoe snel de media dit overnemen, alsof er een reclamebureau bezig is om ons dit snel en effectief door de strot te duwen. Laten we eerst als samenleving maar eens afwachten hoe we hieruit komen, bekijken of er voorheen wel sprake was van ‘normaal’ en of we hiernaar terug willen.

Missen

Ik ben vanuit allerlei situaties gewend om wensen en verlangens in de koelkast te zetten alsof ik ze nooit gehad heb. Wellicht doe ik dat nu ook. Ik mis niets, ik denk niet aan wat ik mis, en ik leef bij de dag. Ik waardeer het dat ik mijn ouders en schoonouders kan ontmoeten in de tuin en dat ik vrienden spreek via de telefoon of een scherm.
Verder is alles on hold. Ik ben een wandelend dankbaarheidsdagboek, en misschien wel simpeler in wat ik van het leven vraag dan ik ooit zelf gedacht heb. Mijn hart gaat uit naar de mensen die in deze tijd de basisbehoeften moeten missen, die niet zoals ik elke dag te eten hebben, een bed hebben, een eigen plek; mensen die nog banger moeten zijn op straat dan anderen omdat ze de privileges niet hebben van mensen met een witte huidskleur.
Ik zag een foto uit India van over elkaar heen kruipende mensen op een station; zij moesten de trein in om naar een plek te kunnen reizen waar ze geld konden verdienen. ‘Social distancing is a privilege’ stond erbij, en het kwam binnen als een mokerslag.
In plaats van dingen en mensen missen besef ik wat ik heb, en dat ik met nog minder toe kan. Geven, dat wil ik nu meer dan ooit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *