Het doek valt

Ik heb er heel lang over nagedacht. Wel, niet, wel niet. Maar het wordt wel: ik stop met bloggen. Voorgoed? Jazeker. Ik vind bloggen niet iets wat je sporadisch moet doen, zoals ik. Het lezerspubliek wat ik ooit had is allang verdwenen. Daarbij gebruik ik geen sociale media om dit blog te promoten en heb ik daar ook geen zin an. Er gebeurt, op een handjevol trouwelingen en een berg zoekmachines na, niet veel meer hier.

Als ik ooit nog serieus iets wil schrijven (en dat wil ik) zou dat in boekvorm moeten zijn. Ik heb verschillende onaffe zaken liggen die ik ooit af wil schrijven, en waar ik voorlopig geen tijd voor heb. Als de energie om te schrijven terug is, gaat die daarin en niet in bloggen. Ook ploggen wil ik niet meer. Zoals ik al eerder schreef wil ik mijn puberzoon niet steeds ongevraagd op de foto zetten en is de behoefte om zaken uit mijn leven te delen op een blog sterk verminderd. Ik deel wel foto’s op Instagram trouwens, het enige sociale medium wat me nog rest. Met een slot erop en weinig volgers- helemaal prima.

Ga ik bloggen missen? Vast wel. Maar het is voor mij al heel lang een gepasseerd station, en de knoop moest doorgehakt. Het is tijd voor andere dingen. Bloggen heeft mij ontzettend veel gebracht en gegeven, en ik wil jullie lezers tot slot bedanken voor het lezen en reageren. Zonder jullie heeft een blog geen bestaansrecht.

 

Aura

Hee, dat is gek, dacht ik terwijl ik op de kade stond. We waren net uit de sloep gestapt na een training in Zwolle.
Ik zag mijn roeimaten ineens door een ringetje. Een soort mini tandwiel, fel gekleurd. Zo fel, dat ik precies in het midden van mijn gezichtsveld geen beeld had. Knipperen hielp niet. Al lopende naar de parkeergarage bedacht ik dat ik misschien in een fel licht had gekeken. Het zou vast wel overgaan.
In de auto keek ik op mijn telefoon, maar zag niks. Plaatjes waren verviervoudigd, letters kon ik niet scherp krijgen. Ook mijn vergezicht was slechts waarneembaar door een ring, die groter leek te worden. Met mijn linkeroog zag ik de ring helemaal, met rechts een stukje.
Okee, dacht mijn verpleegkundigenbrein. Dan is het geen netvliesloslating, maar iets in je hersens. Een TIA? Een tumor? (Ja, wij verpleegkundigen zijn van de sunny side up).
Zo goed en zo kwaad als het kon startte ik de auto. De Isala klinieken  waren 5 minuten rijden. Inmiddels was de ring groter geworden en kon ik erdoorheen kijken, waardoor rijden zou moeten lukken. Ik belde mijn eega, die zich kapot schrok. Of hij zou komen? Nou, nee, eerst maar even wachten of het echt nodig is. In tijden van paniek ben ik ook graag alleen met de paniek, zodat ik ‘m kan temmen en niemand meesleep in de agitatie.
Het rijden ging; bij de receptie van het ziekenhuis werd ik doorverwezen naar de huisartsenpost, alwaar ik kritisch bevraagd werd voordat ik mocht gaan zitten. Het was druk. Naast mij een ziek, van de koorts hijgend baby’tje, dat ik kon afleiden met de schitteringen op mijn brilmontuur. Aan de overkant een doodsbleke jongen, nauwelijks bij bewustzijn. Ik voelde me een beetje een aansteller, met m’n ring. Zeker toen ik tegenover de huisarts zat.
‘Ik denk dat ik uw tijd aan het verdoen ben, want de ring is weg,’ zei ik en hij glimlachte.
‘Hebt u hoofdpijn?’ vroeg hij. Ik zei nee en hij glimlachte weer. ‘Dan heeft u een klassieke migraine sans migraine gehad.’ Een oogmigraine met een aura, zoals mijn ring bleek te heten. ‘U kunt die hoofdpijn echter nu nog wel krijgen.’
Dat bleek, al wachtte deze keurig tot ik mijn auto in de straat voor mijn huis geparkeerd had.
Oogmigraines had ik al, met aura is nieuw voor mij. Gezien een erfelijke factor die meespeelt kan ik er nog vele verwachten en zal ik het leven af en toe twintig minuten door een soort glasscherf bekijken. Alice through the looking glass, Lord of the Rings, u mag kiezen.

Moesson

Het is weer zover: mijn zweetseizoen is begonnen. Zodra luchtvochtigheid en temperatuur een pact sluiten en samen tot ongekende hoogte stijgen, worden mijn zweetklieren aangezwengeld en verandert mijn doorgaans droge voorkomen in een natte bende. Het vervelende is dat mijn lichaam besloten heeft dat de drainage van mijn lichaamsvocht via mijn gezicht moet verlopen. En dus ben ik continu voorhoofd, wangen en kin aan het deppen als de zweetuitbraak in volle gang is, terwijl de oksels geen greintje last hebben. Behoorlijk gênant, maar gelukkig ben ik 44 en gewend aan de imperfecties van het leven. Ik verstop mijn zweethoofd niet, dep het en plein public en leg aan mijn leerlingen uit dat de weersomstandigheden niet de beste combinatie vormen met mijn opvliegers. Dan word ik een zelfstandig opererende moesson. En zet ik maar weer eens wat ramen open, terwijl zij zich kouwelijk in een vestje hullen. Merkwaardig, hoe je in dezelfde ruimte twee totaal verschillende temperatuurbelevingen kunt ervaren.

Winkel vs webshop

Het gebeurt bijna nooit, om redenen die ik zo uit zal leggen, maar gisteren liep ik een schoenenwinkel in en vroeg of ze vrouwenschoenen in maat 43 hadden. Het is immers 2017 en al even geleden dat ik dat durfde; de tijden kunnen veranderd zijn.
De verkoopster bekeek mijn voeten, trok een ietwat treurig gezicht en verwees me naar een hoekje achterin de winkel. Daar stonden welgeteld 8 planken met schoenen, waarvan de meeste modellen dusdanig lelijk en bestemd voor een doelgroep die niet hecht aan het uiterlijk van een schoen, dat de moed me in de slippers zakte. Niks 2017. Vrouwen met grote voeten doen nog steeds niet mee.
En hiermee heb ik meteen uitgelegd waarom een schoenenwinkel bezoeken voor mij een hopeloze actie is. Volgens schoenenwinkels bestaan vrouwen met een schoenmaat groter dan 42 niet. En makers van schoenen vinden ofwel dat er te weinig van die vrouwen zijn om er iets aan te verdienen, en maken hun producten niet in die maten, of denken dat vrouwen met grote voeten monsterlijk zijn en ook iets dusdanigs aan hun voeten willen, gezien wat ze ontwerpen.
Gelukkig had de winkel een Gabor-schap, met een hele leuke sandaal. Die ze niet in mijn maat hadden, maar wel in de webwinkel. En dus kom ik deze week via een ingewikkelde constructie (in de winkel de sandaal besteld in de webwinkel) toch nog aan een hippe sandaal.
En dat brengt mij op webwinkels. Want daar bestaan mijn voeten wel. Ik ken inmiddels vele webadresjes waar ik schoenen, laarzen en sandalen kan kopen die me passen, en die niet lijken op Oma Duck schoenen. De fysieke winkel heb ik al een aantal jaren opgegeven. En ergens vind ik dat jammer, want een schoen passen is toch best aangenaam. Even door het assortiment neuzen is in het echt leuker dan op een scherm. Zo lang winkels en fabrikanten echter net doen of alle vrouwen maat 36 t/m 42 hebben houdt het voor mij op.
Het gaat langzamerhand ook niet meer om schoenen alleen. In ons huishouden winkelen we nauwelijks nog buiten het internet. Kleding, ondergoed, huishoudelijke apparaten, alles wat we nodig hebben bestellen we zoveel mogelijk online. Het kost minder tijd, je hoeft er de deur niet voor uit en het is vaak nog goedkoper ook.
Boodschappen, die doen we wel buiten de deur, en dan proberen we zoveel mogelijk de kleine ondernemer te steunen; naar de kaasboer, de slager, de bakker. Misschien ook uit een vaag schuldgevoel naar iets waarvan we diep van binnen toch wel weten dat het staat te gebeuren: dat er over enkele tientallen jaren misschien wel bijna geen ‘echte’ winkels meer zijn.

Kogelstootster

ArmenGeen idee welke ijdeltuiterij mij gisteren ingaf deze foto te maken, maar wellicht was ik geïnspireerd door alle ‘killerbodies’ die ik op Instagram voorbij zie komen. Mensen etaleren graag wat voor sport zij beoefenen en welk effect dat op hen heeft, en aangezien niets menselijks mij vreemd is, plaats ook ik wekelijks foto’s van prachtige luchten die ik tijdens het roeien zie, van roeimaatjes en andere zaken op het water.
Mezelf etaleren vind ik lastiger, aangezien ik vaak vind dat er niets is om over op te scheppen. Toch word ik steeds blijer van wat mijn lichaam kan en doet; sloeproeien heeft een positief effect op mijn geest. 20 kilometer wedstrijd roeien in een straf tempo, conditietrainingen, 25 kilometer roeien bij 30 graden, ik kan dat allemaal en het meest verbaasd daarover ben ik zelf. Blijkbaar is het er mijn hele leven goed ingeramd dat als je stevig van lijf en leden bent, het met je conditie ook slecht gesteld zal zijn. Mensen met buiken en onderkinnen die sport bedrijven, dat zal wel niks wezen.
Sinds dik een jaar kan ik dat met kracht tegenspreken. Want kracht, dat heb ik en dat hebben de andere dames met wie ik roei net zozeer. Het is net of ik qua lijf opnieuw ontdek wie ik ben. Ik ben geen slapjanus, ik kan dingen!
Dat ik daarvan geen afgetraind Barbiepopje word, maar juist een kogelstootster on doping, is mijn lot. En ik draag het met trots. Want ik ben er eigenlijk wel klaar mee, met de wens een afgetraind en strak lijf te hebben. Hoe vaak (2-3 keer per week) en hoe hard ik ook roei en zwem, dat zit er voor mij niet in. Daarom ben ik trots op die brede schouders en die armen, die uit al mijn jasjes barsten en blijkbaar op die manier willen laten zien dat er hard gewerkt wordt op de muscle afdeling. En die glimlach erboven toont hoe gelukkig ik daarvan word, kogelstootster of niet.

De vlieger

Werken in het onderwijs is %&@##@hard werken. Zo hard heb ik nog nooit gewerkt in mijn leven en dat meen ik oprecht. Je maakt zoveel uren, er zit zoveel liefdewerk oud papier in, en je hebt een heleboel jeu de boules ballen in de lucht te houden.  De waardering voor leraren is gedaald tot het nulpunt (wat is er toch mis met een land waar de meest ter zake doende beroepen het laagst worden ingeschat?) en dat merk je ook aan je salaris. Tel daarbij op dat de Nederlandse leerling de minst gemotiveerde is van Europa en probeer je voor te stellen hoe je elke dag klassen vol jonge mensen probeert enthousiast te maken voor een vak, een beroep, het volgen van een les. Dat vreet energie! Tenminste, als je enthousiast ben (dat ben ik) en er blij van wordt (ook nog steeds).
Daarom kon ik niet gelukkiger zijn dan gisteravond, toen ik tijdens de jaarlijkse playbackshow op het podium stond met mijn mentorleerlingen. Even van tevoren hadden ze me spontaan gevraagd om mee te doen en voor zo’n eer bedank je natuurlijk niet. Als leerlingen vinden dat ze niet voor gek staan op een podium met hun onvoorbereide, grijze, grote mentor die net uit de maat host op hun liedje, kun je toch niet anders dan ontzettend van ze houden?
Dus dat stond ik daar te doen, op dat podium, ontzettend van ze te houden, en te genieten, en ook dat is onderwijs. Dat ik me daar bewust van was op dat moment was me al het harde werken dubbel en dwars waard.

Harig

“Ik vond die vrouw er best leuk uitzien. Maar nu ik die benen heb gezien.. Is het echt of gephotoshopt?”

Ik zit in de auto en heb radio 2 aan,  de show van Ruud de Wild. De Wild en zijn twee sidekicks (?) hebben een discussie over een blogster die het haar op haar benen liet staan en die nu rondgaat in de media, want blijkbaar zijn behaarde vrouwelijke benen nieuwswaardig. De vrouwelijke sidekick doet nog wat tegenwerpingen, want waarom zou een vrouw het haar op haar benen niet mogen laten staan, maar het heeft geen zin. De Wild en de andere man maken nog wat flauwe opmerkingen over vrouwen en hormonen en doen de kwestie lacherig af. En ik switch naar een andere radiozender, want ik ben boos.
We hebben de mond vol van diversiteit in onze maatschappij, en dat mensen mogen zijn wie ze zich voelen, maar blijkbaar geldt dat niet voor vrouwen die hun benen harig laten zijn. Voor vrouwen veranderen de oeroude hokjes niet. Een vrouw die zich ‘onvrouwelijk’ betoont, kan nog steeds rekenen op spot en hoon. Sowieso worden vrouwelijke kwesties in de regel niet erg serieus genomen. Ik merk dat als ik dit soort onderwerpen aanzwengel in een gesprek, mannen afhaken, het gesprek snel willen beëindigen of er grapjes over gaan maken. Op Twitter word je als vrouw helemaal in de hoek ‘hatelijke femiheks’ gezet als je hier over begint.
Ik ben boos omdat vrouwen snel geridiculiseerd worden, in een hoek gezet, een bepaalde rol toebedeeld krijgen. Ik vind het nog steeds ongelooflijk dat het gebeurt en dat vrouwen er dociel in mee gaan. Of er verlamd en sprakeloos bij zitten. Ik zag het laatst ook nog gebeuren in de documentaire Brommers Kiek’n: geweldig om een staaltje boerenjeugdcultuur van dichtbij te zien, maar oh, wat een boel vuiligheid over vrouwen kwam daar voorbij. Met de meisjes ernaast.
Maar ik had het over haar, wat vrouwen blijkbaar alleen op hun hoofd mogen dragen. En dat terwijl het gewoon een gegeven is wat we al duizenden jaren ontkennen:
– vrouwen hebben haar op hun benen, buik, en soms zelfs op hun borsten
– vrouwen hebben snorren en baarden
Ergens in de geschiedenis is blijkbaar de afspraak ontstaan dat mannen en vrouwen dit niet mooi vinden, en dat vrouwen dit haar dienen weg te halen. Ik denk dat de meeste vrouwen dit idee zo verinnerlijkt hebben dat het haar laten staan geen optie is. Ik reken mezelf daar ook toe. Helaas, want het zou me een hele hoop werk schelen als ik qua lichaam gewoon mocht zijn wie ik ben. Dat ik, als ik wil zwemmen, niet denk: gadver, ik moet eerst mijn benen/bikinilijn/oksels nog ontharen.
Of dat ik ’s ochtends niet eerst mijn gezicht hoef te inspecteren op de overgangsharen die daar nu weer geniepig op zijn verschenen.
Mij lukt het niet meer om er oneerbiedig gezegd schijt aan te hebben. Daarvoor onthaar ik te lang en heb ik te weinig lef.
Maar juist deze blogster, die dat wel doet, zou aangemoedigd moeten worden om haar ‘natuurlijk zijn’, en met haar alle jonge vrouwen die opgroeien met het idee dat haar op een vrouwenlichaam niet hoort. Dat een vrouw zichzelf mooi mag vinden met lichaamsbeharing mag je wat mij betreft ook scharen onder ‘diversiteit.’ Zo kunnen we er misschien eens een keer aan gaan wennen met zijn allen. En is het over 100 jaar de gewoonste zaak van de wereld, dat een boerenzoon zijn vriendin vertederd over haar  beendons aait.

Pubermoederen

Eerst maar een disclaimer: sinds de geboorte van mijn zoon heb ik alles voor hem over, er is niets wat ik niet voor hem zou doen. Ik denk dat als je redelijk geestelijk gezond bent, dit voor de meeste mensen met kinderen geldt.
Ik heb mijn kind de afgelopen twaalf jaar  dan ook zonder morren meegezeuld naar speelparadijzen, zandbakken, speeltuinen, parken, kinderfestivals, speelboerderijen en aanverwant kinderentertainment. Ik heb uren met hem gespeeld, gepuzzeld, gezongen, hem met veel liefde elke avond voorgelezen en zelfs die verschrikkelijke Dora the Explorer met hem gekeken, waarvan de tune me in mijn ergste dromen nog wel eens achtervolgt.  Voelde ik me wel eens opofferend?
Zeker. Als ik de zoveelste obligate koffie achterover gooide op de speelboerderij dacht ik wel eens knarsetandend aan de karweitjes die ik in deze traag voorbij kabbelende uren had kunnen doen. Regelmatig wilde ik mijn haren uit mijn hoofd trekken als ik als ZZP’er een dringende klus te doen had met een elke vijf minuten ‘mama! mama!’ roepende peuter om me heen. Na de vijfde middag in een januariweek  op het schoolplein kon ik soms al heftig verlangen naar de zomervakantie. Maar het doel was altijd duidelijk: dit doe je voor je kind. En zeker als mijn kind plezier had, gold het cliché dat nu eenmaal een cliché is omdat het waar is: als je kind gelukkig is, ben jij het ook.
Nu we in het dertiende jaar van het leven van mijn zoon beland zijn, leven we ineens in een ander universum.
Weg zijn de speelparadijzen en ballenbakken. Voorlezen is al heel lang uit beeld. Ik hoef van mijn leven nooit meer op een schoolplein te staan- best wennen, ik heb een hele periode een drenteluurtje gehad rond drieën, alsof mijn lijf nog steeds naar school wilde om iemand op te halen. Als ik aan het werk ben vermaakt zoon zichzelf met huiswerk, sport, afspraken of gaat hij zelf ‘even de stad in voor een Disney Infinity poppetje. Die zijn in de aanbieding bij de Action.’ Hij treint zelf van school naar huis en is supergelukkig met zijn vouwfiets en nieuw gewonnen zelfstandigheid.
Kortom, de behoefte aan mijn entertainmentkunsten is drastisch gedaald. Mijn zorg- en taxitaken zijn tot een minimum beperkt.
Er is een tijdperk van anders in  te vullen moederschap aangebroken. Ik vind het heerlijk dat mijn zoon steeds meer zijn eigen weg vindt en daarvan geniet. Ik moedig elk stapje naar de ontwikkeling van zijn eigen identiteit aan en help hem als hij dat vraagt, maar heel vaak doe ik juist een stapje terug omdat hij een uitstekend oplossend vermogen heeft. En van de zandbak gaan we nu naar het theater en de film, lunchen we samen of doen we samen gewoon even helemaal niks, op de bank.
Van zorgende moeder ben ik coachende moeder geworden. Ik sta aan de zijlijn, zonder voorleesboekjes en fruithapjes, maar wel vol goede adviezen die -terecht- meestal in de wind worden geslagen. Regelmatig bekijkt hij mij met een blik van: asjeblieft zeg. Maar even zo vaak kruipt hij bij me voor een knuffel. Ook zoals het hoort.
Hij gaat zijn gang en ik hoef niet altijd meer op te letten. Ik denk dat ik dat nog het heerlijkst vind- de ogen in mijn achterhoofd mogen dicht, de continue staat van paraatheid die je hebt als je kind klein is is niet meer nodig. Waar ik als peutermoeder regelmatig voelde dat ik tekortschoot, voel ik mij als pubermoeder als een vis in het water.

Weer eens een plog

Nu de dagen langer worden en de zon wat vaker schijnt, krijg ik ook zin om weer af en toe een beeldblog in de ether te slingeren.

IMG_3052Het roeiseizoen is weer begonnen en ik kan wel zeggen dat ik een sloepjunk ben. Nu ook de zondagtraining is opengesteld voor alle leden ga ik wat vaker op zondag mee, wat deze week betekende dat ik drie keer getraind heb. Voor iemand die zich zuchtend naar de sportschool sleepte een prestatie van formaat. Het is de combinatie water, buiten zijn en een zware inspanning leveren die me heel blij maakt en die ik niet meer wil missen. Dat het een leuke vereniging is en wij een heel fijn team hebben is ook bijzonder prettig.

IMG_3055Na koffie en taart in Hattem met roeimaatje S. rijd ik naar Zwolle voor een afspraak met K. Na weer ergens koffie slempen duiken we De Fundatie in voor een mooie expositie van Wübke (een schilder uit de DDR) en Klibansky.

IMG_3056Dit is een werk van Klibansky wat ik mooi vind; zijn wandwerk daarentegen zegt mij helemaal niets.

IMG_3057Uitzicht over Zwolle. Een fijne stad waar we regelmatig te vinden zijn, en de afgelopen dagen zelfs best veel; ik was zaterdag met man en zoon naar de film Captain Fantastic (gaat dat nog ergens zien en neem Kleenex mee), in de Grote Kerk in het kader van popup cinema.

IMG_3068De Fundatie heeft nog een dépendance in Wijhe: kasteel Nijenhuis. In het kasteeltje, dat vroeger tot de familie Van Pallandt behoorde, ook weer werk van Wübke, maar ook van Jan Cremer en andere kunstenaars.

IMG_3060In de beeldentuin (4,5 hectare groot!) heel veel werken van allerlei kunstenaars , waaronder het broertje van de astronaut in Zwolle. Als ik niet zo’n postzegeltuin had en een groot fortuin op de bank, zou ik dit zo in m’n achtertuin zetten. Ground control to Major Tom.

IMG_3061K. in de bomenhaag.

IMG_3067Bloesem, wie wordt er nu niet blij van bloesem?

IMG_3073Van mijn eigen tuin (met beeld, jawel! Zie je het?)  word ik ook best gelukkig hoor.

IMG_3070Vooral met een bordje eten op schoot dat ik in de laatste zonnestralen buiten op mag eten.