Luister

Luisteren in een wereld waar mensen steeds vaker en meer over zichzelf praten is een kunst. Het valt me op dat veel mensen die kunst niet machtig zijn. Ik ben opgegroeid met iemand die het niet kan, in een familie van mensen die alleen kunnen zenden. Van jongsaf aan zag en voelde ik wat het met mensen doet als ze niet gehoord worden, en merkte ik zelf hoeveel pijn het doet als iemand die belangstellend zou moeten zijn, dat niet is. Dus ging ik luisteren. Goedmaken voor anderen wat ik zelf niet had gekregen.

Ik ben een meester-luisteraar geworden. Luisteren is de ander laten vertellen zonder onderbreken. Oprechte vragen stellen. De ander kennen. Troosten. Adviseren, maar niet te snel en te vaak. Niet onderbreken met je eigen verhaal of ervaringen. Jezelf op de achtergrond houden en er met je aandacht zijn voor de ander. De grootste vaardigheid, die ik op sommige dagen beter beheers dan op andere, is dat je niets terug verwacht. De vragen van de ander over jou komen soms, maar lang niet altijd. Vaker nog blijven ze uit. Ik merk dat de rol van luisteraar een ingesleten verwachting bij de ander kan worden. Een vast rolpatroon: ik praat, jij luistert. Op mijn goede dagen doorbreek ik het door ongevraagd iets over mezelf te vertellen, zodat de ander denkt: oja. Jij bent er ook nog. Op slechte dagen wil ik mijn hoofd op tafel leggen en huilen om zoveel egocentrisme. Meestal ga ik het contact dan een tijdje uit de weg. In een zeldzaam geval voorgoed.

Ik zal mijn leven lang blijven luisteren. Niet alleen omdat ik het goed kan, maar ook omdat andere mensen me oprecht interesseren. Dat dat vaak niet wederkerig is wil ik niet aan mijn aard laten knabbelen. Het is de terugverwachting, het eeuwige bijhouden of er evenveel gegeven wordt als ontvangen, die mensen verbittert en kapotmaakt.

Trainspotting revisited

TrainspottingTrainspotting. Zijn er veertigers die die film nooit gezien hebben? Ik ben er in elk geval geen van. Ik zag ‘m in 1996, haakte bijna af bij sommige scènes (de poep, de baby), maar bleef toch kijken. Gefascineerd door alles: de smoezeligheid, de echtheid, de humor, de tragiek, de manier van filmen.
Twintig jaar later. Het vervolg komt uit en de twijfel die ik altijd heb bij vervolgdelen op succesvolle films is er geen moment. Natuurlijk wil ik zien hoe die idiote Schotten het nu maken. Maar laten we eerst deel 1 nog maar eens kijken, wegens heel lang geleden en de verhaallijn goed kunnen oppikken. De echtgenoot en ik, we gaan er goed voor zitten.
Op het moment dat ik Renton die intens gore wc-pot in zie duiken, op zoek naar zijn verloren drugs, vlucht ik gillend naar mijn eigen smetteloze toilet, zoals ik destijds, in 1996, evenzeer balkend, mijn handen voor mijn ogen sloeg in de bioscoop. Het contrast tussen zijn fictieve en mijn echte leven kan niet groter zijn, toen niet en nu nog steeds niet. Toch is Trainspotting een van mijn favoriete films. Waarom eigenlijk?
Het is altijd weer de tijdgeest, die gevangen wordt in muziek, een film, een beeld, waardoor het me bijblijft. In Trainspotting  zie je de naweeën van de jaren onder Thatcher, het no future gedachtengoed, maar ook de  tijd die eraan zit te komen, de veryupping, de nieuwe muziek. De manier waarop gefilmd wordt, bijna videoclip-achtig, is fris en sleurt je meteen mee. De muziek die de beelden ondersteunt is geniaal. Het wordt nergens gedateerd, op kleine details na- de briefjes die Renton krijgt van zijn vriendinnetje zouden nu appjes zijn, de vaste telefoons zie je nergens meer.
Het verhaal weerspiegelt in geen enkel opzicht mijn jeugd, maar wel het gevoel dat ik als twintiger had: er moet meer zijn dan dit, wat gaan we doen? Burgerlijk worden, nee toch? Los van elkaar was dat voor zowel mij als de echtgenoot een gruwel en we hebben het zo lang mogelijk uitgesteld, wat ons beiden een verre van saai leven heeft opgeleverd.
‘Nou,’ zegt de echtgenoot als de aftiteling over het scherm rolt, ‘ik wilde toen niets van wat Renton aan het einde wilde- een huis, hypotheek, kinderen, een kat, een tuin, noem het maar op. En nu heb ik het allemaal.’ Met een grijns: ‘En ik ben heel gelukkig. Wie had dat kunnen denken?’

Dansjes

VondelAls je 44 bent is niet je eerste gedachte in het weekend: ik ga vanavond stappen! Misschien heeft dat niet eens zozeer met leeftijd te maken, als wel met een kind hebben- uitgaan werd drastisch minder vanaf het moment dat ik moeder was. Niet alleen was ik er veel te moe voor, de spontaniteit was ook weg. Een oppas zoeken, met de oppas rekening houden, de dag erna niet kunnen uitslapen waren belangrijke factoren voor mij om dan toch maar thuis te blijven.
Natuurlijk gaan we regelmatig uit eten, of naar het theater, maar dat is niet uitgaan zoals ik dat altijd gedaan heb. Uitgaan is een hele nacht dansen, je verliezen in de muziek. Ik hield dat nachten lang vol op 2 wijntjes. Of glaasjes water. Ik had er niets anders voor nodig dan mijn eigen plezier, en het leuke was dat ik vaak nog gelukkiger en energieker uit de nacht kwam dan dat ik erin ging.
Toch is uitgaan nooit helemaal uit mijn leven verdwenen. En zeker nu ons kind ouder wordt, hij meer een eigen leven krijgt en regelmatig ergens logeert wordt het voor ons makkelijker om de bloemetjes weer eens buiten te zetten. Ik denk dat er een grote kans in zit dat ik zo’n oudere vrouw word van wie mensen denken: tsss, dat zij nog staat te dansen. Ik dacht zelf vroeger precies zo als ik oudere mensen op ‘mijn’ dansvloer zag. Wist ik veel. En net als die mensen denk ik nu: jammer dan!
Gelukkig zijn er feestjes die met je meegroeien. Waar je ooit bij de eerste editie naartoe bent gegaan en waar je nu, twaalf jaar later, nog steeds bij ‘past’ omdat het publiek ook twaalf jaar ouder is dan toen. Heerlijk is dat, ruimtes vol dansende dertigers en veertigers waar je leeftijdsgewijs helemaal niet opvalt.
Wooferland is zo’n feestje. We waren er afgelopen weekend en ik was vergeten hoe heerlijk dansen is- het was te lang geleden. Daarna  liepen we door een dik besneeuwd Vondelpark, wat een feestje op zichzelf was.
Het enige verschil met twintig jaar geleden is dat ik nu, drie dagen later, nog steeds een beetje moe ben van de doorwaakte nacht. De jaren tellen, maar ik trek me er lekker niks van aan.

Wat las ik?

BoekenblogOndanks het feit dat ik me helemaal de (vul een ouderwetse infectieziekte in) werk en studeer, kon ik de afgelopen maanden toch nog tijd vinden om boeken te lezen die niets met bovenstaande zaken te maken hebben. Een voordeel is dat ik snel lees en er dus niet zoveel tijd aan kwijt ben, en dat het een manier is om te ontspannen (zie het blogje hiervoor). Ik zal op de een of andere manier ook wel een modus gevonden hebben om het in mijn rooster in te passen. Vorig studiejaar kon ik het er nog niet bij hebben en heb ik nauwelijks gelezen als het niet nodig was. Dit jaar kwam mijn leeshonger weer de kop opsteken en vond ik ook nog eens mooie e-boeken die niet al te veel geld kostten. Ik heb inmiddels een Kobo app op mijn telefoon en iPad en een van de volgende goals in mijn leven is een e-reader aanschaffen. Ik denk dat ik er heel blij van ga worden. Hieronder mijn totaal niet professionele en ongevraagde meningen over een aantal boeken.

Wat las ik de afgelopen tijd?

De nix

Een fantastisch boek met allerlei verhaallijnen die vernuftig in elkaar worden geweven. Een professor die niet erg gelukkig is komt weer in aanraking met zijn ooit weggelopen moeder en heeft ondertussen ook encounters met een ontevreden studente, een mede-gamer en zijn opdringerige uitgever. Er wordt een mooi verband gelegd  tussen oude Europese tijden en onze moderne sociale media tijd. Lezen en de tijd nemen, want je wilt niet ophouden met lezen.

Het Rosie Project

Gevalletje heel-erg-aangeprezen-en-daarom-tegenvallend boek. Leuk bedacht, een autistische hoogleraar die van zichzelf aan de vrouw moet en de zoektocht ook erg autistisch benadert, waar ik bij vlagen wel om moest lachen. Verder nogal een niemendalletje met teveel ongeloofwaardige verwikkelingen. Ik gebruikte in deze mening al twee keer een verkleinwoord; veelzeggend.

Goed volk

Ik ben fan van Teun van de Keuken, dus een zekere vooringenomenheid heb ik wel. Teun is een fijne, nurkse criticaster van nieuwerwetse verschijnselen, voedingsmiddelen en holle reclameretorieken. Ik zie en lees hem graag allerhande blaaskaken het vuur aan de schenen leggen. Kan hij ook schrijven? Ik vind van wel. Een schrijnend portret van zijn jeugd binnen de artistieke Amsterdamse elite uit de jaren ’70 en ’80. Soms vond ik het wel heel intiem en vroeg ik me af wat zijn moeder van dit boek vindt, maar ik las er geen letter minder om. Het tekent alleen maar hoe laf ik zelf ben wat betreft het blootgeven van familie aangelegenheden.

Te lijf

Het onderwerp (de overgang, en dan beschreven vanuit het perspectief van twee vrouwen die daar net in zitten) sprak me heel erg aan. Gewoon omdat er nog niet genoeg over geschreven wordt en er nog te veel grappen worden gemaakt over een hele belangrijke en vaak ontwrichtende fase in een vrouwenleven. Maar al lezende verging me een beetje het plezier. Uiterlijk wordt heel erg benadrukt, en er wordt niet diep ingegaan op de keuzes van beide dames om ondanks alle voedings- bewegings- en psychologische adviezen toch voor een botoxje te gaan om ‘knetterknap oud te worden.’ Ik blijf dan toch enigszins chagrijnig (tja, overgang he)  zitten met Grote Levensvragen als ‘waarom hoeven mannen niet knetterknap oud te worden.’ Alleen lezen als je geen last hebt van dat soort gechagrijn.

Swing Time

In dit boek van Zadie Smith ben ik nu bezig en ik kan het moeilijk wegleggen. Smith bouwt de geschiedenis tussen twee gekleurde meisjes, die allebei talent voor dansen hebben, heel subtiel op; het kan nog overal naartoe. In een volgende boekbespreking (mag ik dit zo zeggen?- quote Mart Smeets) neem ik ‘m mee.

Grijs gebied

Geen idee waarom dit boek in mijn e-reader staat. Ooit gedownload, maar ik weet niet meer waarom en ook niet of ik het gelezen heb. ‘M weghalen lukt ook al niet, en als dat een voorteken is ga ik ‘m alsnog lezen. Eerst Swing Time nog en Moedervlekken van Arnon Grunberg, waar ik maar niet doorheen kom- dat had ik kunnen weten, want dat heb ik vaker met boeken van Grunberg, maar ik las het boek dat zijn moeder zelf schreef, en toen dacht ik dat deze mee zou vallen. Toch niet.

Alweer een stukje? Ik ben op dreef vandaag. Het is puur escapisme. Dit doe ik als pauze van het nakijken van 10 werkstukken, 16 toetsen en 28 taken.

Allergie voor de industrie

“Ik zie er niks van,” zei eega toen ik thuis kwam. Het was niet cru bedoeld, maarhij zag geen verschil met toen ik vertrok. Ik keek in de gangspiegel en concludeerde hetzelfde, namelijk dat ik nog hetzelfde vermoeide zaterdaghoofd had als twee uur geleden. Een gezichtsbehandeling is blijkbaar niet aan mij besteed.
Er was een uur lang in mijn gezicht geklopt, gewreven en gesmeerd, gescrubd, geplukt en gewaxt, maar mijn huid was niet onder de indruk.
Waarom wilde ik dit ook alweer? Oja, een maand geleden bedacht ik dat ik naast werken en studeren ‘tijd voor mezelf moest nemen.’ Een uur in een stoel liggen terwijl zachte handen mijn huid opkalefateren, het leek me wel wat.
De werkelijkheid is dat ik gespannen word als een relatief vreemd iemand dichtbij me zit te ademen, ik daardoor aan één stuk door ga kakelen (goed, toen er een warme handdoek op mijn gezicht werd gelegd lukte dat even niet- wat een rust), ik na een half uur al rugpijn had van het liggen en dat ik claustrofobisch word van watjes op mijn ogen. Kortom, na zo’n uur ben ik doodmoe.
Ik denk dat ik toch meer van mijn moeder heb dan ik denk; zo riep zij ooit al na een half uur schoonheidsbehandeling, die ze mij en zichzelf kado had gegeven voor mijn eindexamen, ‘of die vreselijke tjilpmuziek uit kon.’ Ik vrees dat wij niet zo goed zijn in ontspannen op gedwongen momenten.

De volgende dag, toen ik wakker werd als een panda met een eucalyptusallergie en dus geschokt in de spiegel naar de rode bulten en kringen onder mijn ogen staarde wist ik het weer: de schoonheidsindustrie en ik worden nooit vriendinnen. Het heeft nog een week geduurd voordat ik het ei onder mijn oog kwijt was. Die tijd voor mezelf moet ik voortaan maar weer gewoon op de bank doorbrengen met een goed boek; dat is veel beter voor mijn huid.

Held

89855-i-am-so-proud-of-you-quotes“Ik heb een 8,7,” zegt hij terloops als we in de auto zitten. “Voor biologie. En het is op hoger niveau beoordeeld.”
Ik kijk opzij, naar zijn uit zijn krachten gegroeide jongenshoofd, waar de man die hij zal worden zich al in aftekent. Hij probeert nonchalant te doen, maar zijn rode wangen verraden hem. Hij is vreselijk trots, en terecht. Ik knijp hem in zijn arm en overlaad hem met complimenten- niet te lang, want ik moet op de weg letten. Die knuffel komt thuis wel. Gelukkig zijn knuffels nog steeds aan de orde, al worden ze wel wat korter en zakelijker. Je bent 13 of je bent het niet.
De tijden dat hij en wij ons zorgen maakten over zijn schoolprestaties lijken nu zo ver weg, het is bijna onvoorstelbaar dat hij pas een half jaar van de basisschool af is. Er zijn geen hoofdbrekens meer over de voortgang op school, integendeel. Alles gaat uitstekend en hij volgt zelfs drie vakken op een hoger niveau om te kijken hoe dat gaat. Hij heeft nauwelijks hulp nodig en leert voor toetsen met drie vingers in zijn neus. Ik zie hem nog staan in het wiskundelokaal, tijdens de open dag van de school. Een beetje treurig. “Laten we hier maar weer weggaan mam, want dit kan ik toch niet goed.” Hij haalt nu, op een hoger niveau, achten en negens voor dat vak.
Alles aan hem was toe aan die middelbare school, het lijkt wel alsof ook zijn lijf er in pijlsnel tempo naartoe is gegroeid. De bank ligt tegenwoordig vol met lange armen en benen en laatst dacht ik dat er een vreemde kerel in huis was, maar het bleek mijn zoon te zijn die een verdieping lager de poes toesprak.
Hij is een held, in alles. Ik bewonder hem om het schijnbare gemak waarmee hij zijn nieuwe leven is ingegaan, de vanzelfsprekendheid waarmee hij al het nieuwe aangaat, en om de kwetsbaarheid die hij laat zien wanneer het nodig is. En ik ben dankbaar dat ik al 13 jaar zijn moeder ben; ik had niemand anders willen zijn.

Soms toch nog een persoonlijk stukje- er zijn nu eenmaal dingen die niet onbeschreven mogen blijven.

Zora

ZoraIMG_2551Mag ik aan u voorstellen: Zora de zorgrobot (ik denk niet dat het nodig is, maar verwijs voor de zekerheid even naar de rood-witte dame op links). Zora is een van de vele oprukkende producten van de zorgtechnologie, en de afgelopen anderhalf jaar heb ik daar interessante discussies over gevoerd met leerlingen en collega’s.
Een paar jaar geleden dacht ik nog, net als iedereen die in de zorg werkt, dat de technologie ons mensen zou overnemen en dat zorg over honderd jaar grotendeels uit machinerie zou bestaan. Inmiddels heb ik mijn mening daarover iets bijgesteld. Ik weet nu dat veel patiënten het helemaal niet erg zouden vinden om door een robot gewassen te worden, omdat zij dan even geen sociaal contact hoeven hebben. Denk je eens in dat je dag in, dag uit een relatief vreemde om je heen hebt, die jou in je nakie ziet en waar je je dan sociaal mee moet verhouden. Niet iedereen vindt dat prettig, en niet iedereen kan daaraan wennen. Ik zelf denk ik ook niet. Ik heb dagen dat ik het heerlijk vind om alleen te zijn en zo min mogelijk met andere mensen te maken wil hebben. Laat staan dat er elke dag, misschien wel op meerdere momenten, iemand langskomt om voor mij te zorgen. Punt voor de robot.
Ook autistische kinderen, voor wie contact met andere mensen veel stress kan opleveren, schijnen wel te varen bij contact met bijvoorbeeld Zora, of Pleo, een weer wat geanavanceerder robotbeestje. Weer een punt voor de technologie. Vooruitgang is niet altijd eng of slecht, integendeel zelfs.
Dan is het ook nog zo, dat een robot je kan ondersteunen in je werk; Zora bijvoorbeeld kan een gymles geven, of bingo cijfers roepen, terwijl jij als zorgmedewerker dan wat meer persoonlijke aandacht aan mensen kunt geven. Heel terecht zei een leerling van de week: ‘maar daar kun je ook een mens voor inhuren, dat is toch fijner?’
Hier wordt het terrein van de zorgtechnologie wat mij betreft wat glibberiger. Want waar houdt het assisteren door robots op en nemen zij mensenwerk over? Wie heeft daar een stem in en wordt daar wel over nagedacht? Ik zie nu een soort omgekeerd redeneren in de zorgtechniek: wij maken deze dingen en we moeten zorgen dat we die aan de man brengen. Terwijl ik denk: zoek eerst eens uit wat mensen nodig denken te hebben en ga het dan maken (dat gebeurt ongetwijfeld ook, maar ik zie het niet vaak).
Ik ben huiverig voor het gebrek aan ethisch nadenken over techniek in de zorg. Veel zaken worden steeds verder doorontwikkeld, zonder dat iemand daar vragen over stelt. Een gastdocent domotica was vorig jaar verrast over de ethische input vanuit een klas verpleegkunde leerlingen. ‘Daar denken wij nooit over na, ik ga dit meenemen naar het bedrijf,’ zei hij na afloop.
Ik persoonlijk ben heel blij dat jonge mensen die in de zorg gaan werken hiermee bezig zijn. Mag een dementerende oudere zomaar gefilmd worden zodat zijn gedrag in kaart wordt gebracht? Mag de familie gefilmd worden? Waar blijven de beelden? Allemaal vragen die ik afgelopen jaren in allerlei klassen hoorde. Hulde.
Ik ben iets genuanceerder gaan nadenken over de toevoeging van technologie aan de zorg, er is van alles ontwikkeld dat mensen veel leed heeft bespaard (denk aan de tillift). Vroeger is echt niet altijd beter; ik voel mijn rug nog als ik denk aan hoe we mensen met zijn tweeën uit bed moesten tillen.  Aan de andere kant kun je ouderwetse zaken soms ook wegstrepen tegen de nieuwerwetse. Zo schrijft Grietje over hoe storend het is dat er op ziekenhuisafdelingen met electronische patiëntendossiers wordt gewerkt. Het licht van de schermen is vervelend in de avond, en daarbij kijken de verpleegkundigen niet meer naar jou, maar naar hun computer. Aan de andere kant moest ik twintig jaar geleden patiënten al om half zeven wakker maken voor een kopje thee en beschuit, zodat ze vast wakker waren voor de ochtendronde en we konden controleren of ze goed wakker werden. Veel patiënten vonden dat terecht vreselijk, en wij verpleegkundigen verschuilden ons achter ‘dat is het protocol.’ Een scherm, een protocol, het verschilt niet zoveel, we verruilen soms het ene niet zo goede voor het andere niet zo goede.
Laten we er vooral kritisch over na blijven denken; of dat gebeurt is mijn grootste zorg.

Auschurk en De Jeugd

WatskeburtIMG_2501Op de dag van de inauguratie van een vrouwonvriendelijk, manipulerend en politiek incapabel sujet in de Verenigde Staten gingen wij naar het theater. Dat was toevallig zo gepland, maar de afleiding had niet groter kunnen zijn. We gingen naar de musical ‘Watskeburt’ van de Jeugd van Tegenwoordig.
Ik zag de aankondiging van het Theaterweekend in Assen een poosje geleden al, en besloot meteen kaartjes te bestellen. Want: iets met De Jeugd, muziek, poppen, en dan ook nog voor een tientje per kaartje, dat is leuk, en zeker voor onze zoon. En voor de portemonnee, want uiteindelijk is naar het theater gaan met zijn drieën hartstikke duur en doen we dat helaas niet vaker dan een paar keer per jaar.
Normaliter krijg je me overigens met geen tien paarden naar een musical gesleept, maar dit kan niet een standaard musical zijn, had ik zo bedacht.
Dat was het ook niet.
Virtuoze poppenspelers, de Jeugd uitgebeeld door Sesamstraat-achtige poppen, Hans van Willigenburg als verteller, en een verhaal dat absoluut trippend op drugs bedacht moet zijn. Iets met een eiersnijder, Henk Poort die Auschurk speelt en Zilverluitjes heeft, Manon met haar broodjes kaas- ik moet eerlijk zeggen dat ik de eerste vijf minuten, tijdens een conversatie tussen de poppen over ‘lekker gaan’ dacht: dit was een fout.
Maar daarna kwam er muziek, werd het melig, steeds meliger, toen ronduit grappig en uiteindelijk kwamen we niet meer bij. In de pauze, die tien minuten voor het einde van de voorstelling werd afgekondigd en geen pauze was (en waarbij wij bleven zitten, want we hadden het door), verliet een aantal oudere, zichtbaar geschokte of geïrriteerde mensen haastig de zaal. Daarna kwam de grande finale, waarbij bijna iedereen uit zijn stoeltje kwam om te dansen.
Om me heen zag ik dat een aantal mensen deze avond verkeerd had ingeschat. Mensen met jonge kinderen bijvoorbeeld, die waarschijnlijk niets van de dialogen tussen de poppen hebben begrepen en voor wie ze ook niet bestemd waren. Oude mensen, die de hele voorstelling lang star voor zich uit bleven kijken. Maar achter me zaten die-hard De Jeugd fans die alles meezongen en overal om in een deuk lagen. Ik denk uiteindelijk dat een musical van deze band moeilijk in te schatten is qua publiek, maar ik ben blij dat ik de recentste creatieve stuiptrekkingen van deze heren gezien heb.
Alleen al om het feit dat je, als je het theater uit loopt, een hele lange na-giechel hebt en niets anders kan denken dan ‘watskeburt?’

’s Avonds op televisie de nieuwe president van Amerika. En ik probeer heel hard niet te denken aan dat regeltje uit een nummer van De Jeugd: ‘de wereld is weer plat ja.’

Ouder worden is geen afwijking

SaskiaNoortIMG_2480Dat ik ouder word, kan ik zien. Ik krijg kleine rimpels, mijn decolleté wordt slapper, ik zie er sneller moe uit en de groeven in mijn voorhoofd en naast mijn mond worden dieper. Daarbij ben ik natuurlijk al jaren grijs, maar gek genoeg vind ik zelf niet dat dat me ouder maakt. Ik draag mijn grijs met verve (of juist zonder, eigenlijk).
Ik vind het een gegeven van de natuur, het hoort bij 44 zijn. Ik kan met verwondering en zelfs enige afstand naar mijn lichaam kijken. Beschouwend. Hee, dat zag ik nog niet eerder. En dan weer verder met de dag.
Heel soms ben ik weemoedig, maar dat duurt nooit lang. Mijn talent voor weemoedigheid heb ik lang geleden gedag gezegd. Je hebt geen fluit aan terugkijken naar wat je had of het treuren om wat er niet meer is. Ik heb geen idee of ik met groter functieverlies hetzelfde durf te zeggen; ik vermoed van niet. Maar om een rimpel of slapper wordend vel kan ik geen nacht wakker liggen.
Saskia Noort ook niet. Of misschien juist wel. Ik las gisteren bovenstaande column van haar in de LINDA. en zat bijna in mijn eentje op de bank te applaudisseren. Ik weet dat we in een cultuur leven waarin het normaal is om te zeggen ‘als iemand dat zelf wil, is het toch goed?’ Onder het mom van ‘alles moet kunnen.’ Ik ben het daar grotendeels mee eens, maar wat betreft de schoonheidsmoraal niet.
Bedenkt een jong meisje (want het zijn met name meisjes) echt helemaal uit zichzelf dat haar liefste wens is om grotere borsten en bijgewerkte Barbie schaamlippen te hebben? Is het een diepgewortelde, intrinsieke wens van een vrouw van middelbare leeftijd om rimpelloos en met een jongevrouwenhoofd door het leven te gaan? Of is fysiek ouder worden een steeds minder geaccepteerd fenomeen? Zijn mensen bang de uitzondering op de regel te zijn met een ‘oud’ hoofd? Lig je ‘uit de markt’, is jong zijn de nieuwe status to be? Wat is er mis met een beschaving waarin ouderen er niet meer bij horen, oud worden not done is en je zelfs gaat nadenken over het beëindigen van je voltooide leven als je 75 bent?
‘Iets aan jezelf doen’ wordt steeds gewoner, zie ook ik om me heen. Het raakt ingeburgerd om iets aan je voorhoofdsrimpel te doen of je afhangende oogleden. Als je er last van hebt snap ik dat ook heel goed. En het is natuurlijk heel verleidelijk om, als dat goed bevalt, nog verder te gaan. Heerlijk om te horen dat je er stralend uitziet, minder moe, of jonger. Als het goed gedaan is, ziet ook niemand dat je een injectie hebt laten zetten.
Wat me intrigeert is de reden erachter. Het zijn vaak uiteenlopende redenen, en de een begrijp ik beter dan de ander. Waar het bij mij qua begrip stopt, is als het niet meer ophoudt en je steeds minder gaat lijken op wie je was, en meer op een verwrongen pasfoto uit je verleden. Ik ken niemand die duidelijk ‘verbouwd’ is van wie ik dan denk: wat zie jij er jong uit, of mooi. Ik denk altijd: wat zie je er verbouwd uit, en ga dan peinzen over het waarom. Waarom verstop je je, ben je bang, wat verberg je, waar schaam je je voor, wiens oordeel vrees je, wat win je ermee?
En ook: waarom zijn het voornamelijk vrouwen die zich hier zo druk over maken? Ik vind het vreselijk dat we wat dat betreft geen steek verder zijn gekomen. Zijn wij dan nog steeds op aard’ om anderen te behagen? Ik weet dat veel vrouwen zichzelf de mantra ‘ik doe het voor mezelf’ hebben aangeleerd, maar daar geloof ik niks van. Wij vrouwen worden nog steeds eerder en sneller op uiterlijk beoordeeld dan mannen, er hangt vaak van alles vanaf zelfs- wij worden bestraft voor ouder worden, vervangen, ontslagen, genegeerd en vernederd, puur omdat we niet meer begerenswaardig zijn. Het is een gegeven, en we passen ons erop aan. Terwijl we eigenlijk, zoals Saskia Noort zegt,  een dikke middelvinger zouden moeten opsteken naar iedereen die ouder worden als een afwijking ziet die ‘gereguleerd, betutteld, gestopt en bestreden’ moet worden.
Ik ben normaliter te beleefd om mijn middelvinger op te steken, maar in dit geval doe ik geheel overtuigd mee.

De volgende 12 jaar

Het knaagde al een tijdje. Bloggen of niet bloggen, dat was de question; wat laat ik wel en niet zien ook, en dan was er nog de kwestie “archieven.” Zeker nadat ik een mailtje kreeg van een journalist van een actualiteitenprogramma, die me wilde interviewen over onze verhuizing van de Randstad naar Drenthe. Zij had mijn blogs daarover gelezen en ineens besefte ik dat ik een archief van 12 jaar uit mijn leven online had staan. Iedereen kon alles lezen wat ik de afgelopen 12 jaar de moeite heb gevonden om op te schrijven (en dat is best veel, en openhartig). Toen ik mijn blogs van lang geleden schreef, besefte ik niet wie het zou bereiken, en later had ik beroepen van een aard waarin het van belang was om gelezen te worden (journalist, schrijver).
Nu ik voor de klas sta, is dat wezenlijk anders. Ook leerlingen begon ik wat vaker te horen over mijn blog. Wilde ik dat?
Na lang nadenken vond ik van niet. Er moest een streep onder de archieven. Die staan nu achter een wachtwoord en zijn alleen nog voor mij te lezen.
Wilde ik verder bloggen? Jawel, maar met de huidige drukte (drukke baan, studie, gezin, sport) is het niet reëel om er veel tijd in te steken. Ik wil wel, maar vaak lukt het niet omdat het aan het einde van mijn lijstje staat en ik dat niet haal.
Over mijn leven schrijven wil ik ook niet zo vaak meer. Ik doe dit niet anoniem en voel me beperkt doordat er zoveel mensen uit mijn eigen omgeving meelezen. Daarbij heb ik een puberzoon die niet op belangstelling zit te wachten, en al helemaal niet op foto’s van zichzelf in een plog. Ik heb altijd met veel liefde en plezier over hem geschreven, en laat het nog wel eens aan hem lezen als hij volwassen is. Maar hij heeft recht op zijn privacy, en die krijgt hij ook.
We leven digitaal gezien in een andere tijd dan toen ik begon met bloggen. Er zijn allerlei soorten sociale media bij gekomen, informatie wordt snel opgezocht en soms misbruikt en uit zijn verband getrokken. Nu zal dat met dit weblog, waar ik minimale aandacht voor vraag omdat ik niet meer Facebook (is dat een werkwoord?) en tweet, reuze meevallen. Blogroem is vergankelijk en dat is prima. Mijn lezersbestand is drastisch teruggelopen sinds ik mijn stukjes niet meer op andere platforms ‘promoot.’ Maar toch. Laat dit plekje hier maar klein, onopvallend en prettig zijn om te komen lezen. Zonder thema of luidruchtige ‘kom-mij-lezen’ boodschappen.  Bigger isn’t always better.
Ergens anders anoniem gaan bloggen heb ik overwogen, maar vind ik niet prettig. Dan kan ik net zo goed in een dagboek schrijven. Delen is part of the fun.

Kortom, het moest anders. En het heeft even tijd gekost om uit te vogelen hoe.
Gelukkig valt er nog genoeg te schrijven en houden allerlei dingen me bezig. Ik ga bloggen over zorg, onderwijs, theater, films, muziek, boeken en ik heb ook nog wel eens een mening over de wereld die ik kwijt wil. Dat ga ik hier vanaf nu doen. Ondertussen rond ik mijn studie hopelijk dit jaar af en ga ik eindelijk eens verder met de verhalen die ik heb liggen. Ik las gisteren een interview met een schrijver die op haar 74ste debuteerde- nu heb ik dat op mijn 38ste gedaan, maar ik wil niet zo lang wachten met een vervolg.
Er zal op deze plek overigens gerust nog wel eens een persoonlijk stukje tussendoor sijpelen. Maar het geeft me veel rust dat ik bij deze opnieuw begonnen ben. Op naar, bij leven en welzijn, de volgende 12 jaar bloggen!