Kogelstootster

ArmenGeen idee welke ijdeltuiterij mij gisteren ingaf deze foto te maken, maar wellicht was ik geïnspireerd door alle ‘killerbodies’ die ik op Instagram voorbij zie komen. Mensen etaleren graag wat voor sport zij beoefenen en welk effect dat op hen heeft, en aangezien niets menselijks mij vreemd is, plaats ook ik wekelijks foto’s van prachtige luchten die ik tijdens het roeien zie, van roeimaatjes en andere zaken op het water.
Mezelf etaleren vind ik lastiger, aangezien ik vaak vind dat er niets is om over op te scheppen. Toch word ik steeds blijer van wat mijn lichaam kan en doet; sloeproeien heeft een positief effect op mijn geest. 20 kilometer wedstrijd roeien in een straf tempo, conditietrainingen, 25 kilometer roeien bij 30 graden, ik kan dat allemaal en het meest verbaasd daarover ben ik zelf. Blijkbaar is het er mijn hele leven goed ingeramd dat als je stevig van lijf en leden bent, het met je conditie ook slecht gesteld zal zijn. Mensen met buiken en onderkinnen die sport bedrijven, dat zal wel niks wezen.
Sinds dik een jaar kan ik dat met kracht tegenspreken. Want kracht, dat heb ik en dat hebben de andere dames met wie ik roei net zozeer. Het is net of ik qua lijf opnieuw ontdek wie ik ben. Ik ben geen slapjanus, ik kan dingen!
Dat ik daarvan geen afgetraind Barbiepopje word, maar juist een kogelstootster on doping, is mijn lot. En ik draag het met trots. Want ik ben er eigenlijk wel klaar mee, met de wens een afgetraind en strak lijf te hebben. Hoe vaak (2-3 keer per week) en hoe hard ik ook roei en zwem, dat zit er voor mij niet in. Daarom ben ik trots op die brede schouders en die armen, die uit al mijn jasjes barsten en blijkbaar op die manier willen laten zien dat er hard gewerkt wordt op de muscle afdeling. En die glimlach erboven toont hoe gelukkig ik daarvan word, kogelstootster of niet.

De vlieger

Werken in het onderwijs is %&@##@hard werken. Zo hard heb ik nog nooit gewerkt in mijn leven en dat meen ik oprecht. Je maakt zoveel uren, er zit zoveel liefdewerk oud papier in, en je hebt een heleboel jeu de boules ballen in de lucht te houden.  De waardering voor leraren is gedaald tot het nulpunt (wat is er toch mis met een land waar de meest ter zake doende beroepen het laagst worden ingeschat?) en dat merk je ook aan je salaris. Tel daarbij op dat de Nederlandse leerling de minst gemotiveerde is van Europa en probeer je voor te stellen hoe je elke dag klassen vol jonge mensen probeert enthousiast te maken voor een vak, een beroep, het volgen van een les. Dat vreet energie! Tenminste, als je enthousiast ben (dat ben ik) en er blij van wordt (ook nog steeds).
Daarom kon ik niet gelukkiger zijn dan gisteravond, toen ik tijdens de jaarlijkse playbackshow op het podium stond met mijn mentorleerlingen. Even van tevoren hadden ze me spontaan gevraagd om mee te doen en voor zo’n eer bedank je natuurlijk niet. Als leerlingen vinden dat ze niet voor gek staan op een podium met hun onvoorbereide, grijze, grote mentor die net uit de maat host op hun liedje, kun je toch niet anders dan ontzettend van ze houden?
Dus dat stond ik daar te doen, op dat podium, ontzettend van ze te houden, en te genieten, en ook dat is onderwijs. Dat ik me daar bewust van was op dat moment was me al het harde werken dubbel en dwars waard.

Harig

“Ik vond die vrouw er best leuk uitzien. Maar nu ik die benen heb gezien.. Is het echt of gephotoshopt?”

Ik zit in de auto en heb radio 2 aan,  de show van Ruud de Wild. De Wild en zijn twee sidekicks (?) hebben een discussie over een blogster die het haar op haar benen liet staan en die nu rondgaat in de media, want blijkbaar zijn behaarde vrouwelijke benen nieuwswaardig. De vrouwelijke sidekick doet nog wat tegenwerpingen, want waarom zou een vrouw het haar op haar benen niet mogen laten staan, maar het heeft geen zin. De Wild en de andere man maken nog wat flauwe opmerkingen over vrouwen en hormonen en doen de kwestie lacherig af. En ik switch naar een andere radiozender, want ik ben boos.
We hebben de mond vol van diversiteit in onze maatschappij, en dat mensen mogen zijn wie ze zich voelen, maar blijkbaar geldt dat niet voor vrouwen die hun benen harig laten zijn. Voor vrouwen veranderen de oeroude hokjes niet. Een vrouw die zich ‘onvrouwelijk’ betoont, kan nog steeds rekenen op spot en hoon. Sowieso worden vrouwelijke kwesties in de regel niet erg serieus genomen. Ik merk dat als ik dit soort onderwerpen aanzwengel in een gesprek, mannen afhaken, het gesprek snel willen beëindigen of er grapjes over gaan maken. Op Twitter word je als vrouw helemaal in de hoek ‘hatelijke femiheks’ gezet als je hier over begint.
Ik ben boos omdat vrouwen snel geridiculiseerd worden, in een hoek gezet, een bepaalde rol toebedeeld krijgen. Ik vind het nog steeds ongelooflijk dat het gebeurt en dat vrouwen er dociel in mee gaan. Of er verlamd en sprakeloos bij zitten. Ik zag het laatst ook nog gebeuren in de documentaire Brommers Kiek’n: geweldig om een staaltje boerenjeugdcultuur van dichtbij te zien, maar oh, wat een boel vuiligheid over vrouwen kwam daar voorbij. Met de meisjes ernaast.
Maar ik had het over haar, wat vrouwen blijkbaar alleen op hun hoofd mogen dragen. En dat terwijl het gewoon een gegeven is wat we al duizenden jaren ontkennen:
– vrouwen hebben haar op hun benen, buik, en soms zelfs op hun borsten
– vrouwen hebben snorren en baarden
Ergens in de geschiedenis is blijkbaar de afspraak ontstaan dat mannen en vrouwen dit niet mooi vinden, en dat vrouwen dit haar dienen weg te halen. Ik denk dat de meeste vrouwen dit idee zo verinnerlijkt hebben dat het haar laten staan geen optie is. Ik reken mezelf daar ook toe. Helaas, want het zou me een hele hoop werk schelen als ik qua lichaam gewoon mocht zijn wie ik ben. Dat ik, als ik wil zwemmen, niet denk: gadver, ik moet eerst mijn benen/bikinilijn/oksels nog ontharen.
Of dat ik ’s ochtends niet eerst mijn gezicht hoef te inspecteren op de overgangsharen die daar nu weer geniepig op zijn verschenen.
Mij lukt het niet meer om er oneerbiedig gezegd schijt aan te hebben. Daarvoor onthaar ik te lang en heb ik te weinig lef.
Maar juist deze blogster, die dat wel doet, zou aangemoedigd moeten worden om haar ‘natuurlijk zijn’, en met haar alle jonge vrouwen die opgroeien met het idee dat haar op een vrouwenlichaam niet hoort. Dat een vrouw zichzelf mooi mag vinden met lichaamsbeharing mag je wat mij betreft ook scharen onder ‘diversiteit.’ Zo kunnen we er misschien eens een keer aan gaan wennen met zijn allen. En is het over 100 jaar de gewoonste zaak van de wereld, dat een boerenzoon zijn vriendin vertederd over haar  beendons aait.

Pubermoederen

Eerst maar een disclaimer: sinds de geboorte van mijn zoon heb ik alles voor hem over, er is niets wat ik niet voor hem zou doen. Ik denk dat als je redelijk geestelijk gezond bent, dit voor de meeste mensen met kinderen geldt.
Ik heb mijn kind de afgelopen twaalf jaar  dan ook zonder morren meegezeuld naar speelparadijzen, zandbakken, speeltuinen, parken, kinderfestivals, speelboerderijen en aanverwant kinderentertainment. Ik heb uren met hem gespeeld, gepuzzeld, gezongen, hem met veel liefde elke avond voorgelezen en zelfs die verschrikkelijke Dora the Explorer met hem gekeken, waarvan de tune me in mijn ergste dromen nog wel eens achtervolgt.  Voelde ik me wel eens opofferend?
Zeker. Als ik de zoveelste obligate koffie achterover gooide op de speelboerderij dacht ik wel eens knarsetandend aan de karweitjes die ik in deze traag voorbij kabbelende uren had kunnen doen. Regelmatig wilde ik mijn haren uit mijn hoofd trekken als ik als ZZP’er een dringende klus te doen had met een elke vijf minuten ‘mama! mama!’ roepende peuter om me heen. Na de vijfde middag in een januariweek  op het schoolplein kon ik soms al heftig verlangen naar de zomervakantie. Maar het doel was altijd duidelijk: dit doe je voor je kind. En zeker als mijn kind plezier had, gold het cliché dat nu eenmaal een cliché is omdat het waar is: als je kind gelukkig is, ben jij het ook.
Nu we in het dertiende jaar van het leven van mijn zoon beland zijn, leven we ineens in een ander universum.
Weg zijn de speelparadijzen en ballenbakken. Voorlezen is al heel lang uit beeld. Ik hoef van mijn leven nooit meer op een schoolplein te staan- best wennen, ik heb een hele periode een drenteluurtje gehad rond drieën, alsof mijn lijf nog steeds naar school wilde om iemand op te halen. Als ik aan het werk ben vermaakt zoon zichzelf met huiswerk, sport, afspraken of gaat hij zelf ‘even de stad in voor een Disney Infinity poppetje. Die zijn in de aanbieding bij de Action.’ Hij treint zelf van school naar huis en is supergelukkig met zijn vouwfiets en nieuw gewonnen zelfstandigheid.
Kortom, de behoefte aan mijn entertainmentkunsten is drastisch gedaald. Mijn zorg- en taxitaken zijn tot een minimum beperkt.
Er is een tijdperk van anders in  te vullen moederschap aangebroken. Ik vind het heerlijk dat mijn zoon steeds meer zijn eigen weg vindt en daarvan geniet. Ik moedig elk stapje naar de ontwikkeling van zijn eigen identiteit aan en help hem als hij dat vraagt, maar heel vaak doe ik juist een stapje terug omdat hij een uitstekend oplossend vermogen heeft. En van de zandbak gaan we nu naar het theater en de film, lunchen we samen of doen we samen gewoon even helemaal niks, op de bank.
Van zorgende moeder ben ik coachende moeder geworden. Ik sta aan de zijlijn, zonder voorleesboekjes en fruithapjes, maar wel vol goede adviezen die -terecht- meestal in de wind worden geslagen. Regelmatig bekijkt hij mij met een blik van: asjeblieft zeg. Maar even zo vaak kruipt hij bij me voor een knuffel. Ook zoals het hoort.
Hij gaat zijn gang en ik hoef niet altijd meer op te letten. Ik denk dat ik dat nog het heerlijkst vind- de ogen in mijn achterhoofd mogen dicht, de continue staat van paraatheid die je hebt als je kind klein is is niet meer nodig. Waar ik als peutermoeder regelmatig voelde dat ik tekortschoot, voel ik mij als pubermoeder als een vis in het water.

Weer eens een plog

Nu de dagen langer worden en de zon wat vaker schijnt, krijg ik ook zin om weer af en toe een beeldblog in de ether te slingeren.

IMG_3052Het roeiseizoen is weer begonnen en ik kan wel zeggen dat ik een sloepjunk ben. Nu ook de zondagtraining is opengesteld voor alle leden ga ik wat vaker op zondag mee, wat deze week betekende dat ik drie keer getraind heb. Voor iemand die zich zuchtend naar de sportschool sleepte een prestatie van formaat. Het is de combinatie water, buiten zijn en een zware inspanning leveren die me heel blij maakt en die ik niet meer wil missen. Dat het een leuke vereniging is en wij een heel fijn team hebben is ook bijzonder prettig.

IMG_3055Na koffie en taart in Hattem met roeimaatje S. rijd ik naar Zwolle voor een afspraak met K. Na weer ergens koffie slempen duiken we De Fundatie in voor een mooie expositie van Wübke (een schilder uit de DDR) en Klibansky.

IMG_3056Dit is een werk van Klibansky wat ik mooi vind; zijn wandwerk daarentegen zegt mij helemaal niets.

IMG_3057Uitzicht over Zwolle. Een fijne stad waar we regelmatig te vinden zijn, en de afgelopen dagen zelfs best veel; ik was zaterdag met man en zoon naar de film Captain Fantastic (gaat dat nog ergens zien en neem Kleenex mee), in de Grote Kerk in het kader van popup cinema.

IMG_3068De Fundatie heeft nog een dépendance in Wijhe: kasteel Nijenhuis. In het kasteeltje, dat vroeger tot de familie Van Pallandt behoorde, ook weer werk van Wübke, maar ook van Jan Cremer en andere kunstenaars.

IMG_3060In de beeldentuin (4,5 hectare groot!) heel veel werken van allerlei kunstenaars , waaronder het broertje van de astronaut in Zwolle. Als ik niet zo’n postzegeltuin had en een groot fortuin op de bank, zou ik dit zo in m’n achtertuin zetten. Ground control to Major Tom.

IMG_3061K. in de bomenhaag.

IMG_3067Bloesem, wie wordt er nu niet blij van bloesem?

IMG_3073Van mijn eigen tuin (met beeld, jawel! Zie je het?)  word ik ook best gelukkig hoor.

IMG_3070Vooral met een bordje eten op schoot dat ik in de laatste zonnestralen buiten op mag eten.

Poe hé

Indekrant

Internationale Vrouwendag, wat moet je ermee? Ik vind het bijzonder dat het nog steeds bestaat, dat er voor de ene helft van de mensheid een speciale dag is uitgeroepen. Zo’n dag schreeuwt eigenlijk ongelijkheid uit. Bevestigt het. Dus misschien toch wel goed om daar de de aandacht op te vestigen, alhoewel ik van mening ben dat dat elke dag moet, in alledaagse situaties. Want daar zie je de ongelijkheid terug, in mansplaining,  ongelijke salarisbetalingen, in het tot zwijgen brengen van vrouwen op de werkvloer of thuis. Ik zie en hoor helaas ook vrouwen die 20 jaar jonger zijn dan ik verzuchten ‘dat ze alles thuis moeten doen’, dat ze stoppen met werken omdat er een baby komt of met kinderen thuis helemaal niet meer gaan werken. Ik hoor meisjes van 17 zeggen dat als ze klaar zijn met hun (verplichte, want leerplicht) opleiding, ze kinderen gaan ‘nemen’ en ‘lekker thuis gaan zitten.’ Of ‘een makkelijk baantje gaan nemen.’ Ik word daar verdrietig van en probeer altijd het gesprek aan te gaan.
‘Het is je eigen keus’ is veelgehoord, maar financiële ongelijkheid vind ik geen eigen keus, dat vrouwen daardoor vaak geen kostwinner kunnen zijn ook niet, dure kinderopvang vind ik ronduit slecht en niet bepaald werkbevorderend, en dat mannen nog steeds op heel veel plekken niet parttime kunnen werken is gewoon te ouderwets voor woorden. Willen we het eigenlijk wel met z’n allen, die gelijkheid? Of is het wel comfortabel zo? Worden vrouwen pas wakker als hun kostwinner bij ze weggaat en zij niet rond kunnen komen? Kijken mannen met spijt terug op een leven volgestampt met werk en een dunne band met hun kinderen?
Ik zou het soms wel uit willen schreeuwen naar vrouwen: zorg voor jezelf, ook financieel! Ontwikkel jezelf, wees niet afhankelijk. En naar mannen: zorg voor je kinderen! Wees er voor ze, ook fysiek. Dat is geen aanval en geen kritiek. Ik zie het eenvoudigweg te vaak misgaan.

Ik schrijf niet snel naar de krant, maar op Internationale Vrouwendag stond er een berichtje in de krant waar ik wel op reageren moest, dat kon niet anders. Het werd geplaatst, zoals je boven ziet. Toch wel leuk!

Vlogkijker, ik?

Nooit verwacht, toch gekomen: ik kijk vlogs. Blijkbaar gaat de vaart der volkeren wat dat betreft ook aan mij niet voorbij, terwijl ik dacht dat dit nieuwe verschijnsel niks voor mij was. Ik heb het geprobeerd, een paar jaar geleden, maar mijn conclusie was: ik ben niet de doelgroep.
Nu heb ik toch drie vlogs gevonden die absoluut voor mijn doelgroep zijn (veertigers?) Ze worden door eind-dertigers gemaakt. Ik ga ze bij deze aanraden, omdat ik ze alle drie levensvreugdverhogend vind en echt/authentiek (voor zover dat mogelijk is in een sociaal medium):

De Rhija Show

Rhija Jansen is een journaliste die vlogs maakt over haar leven, en daarin laat ze weinig weg. Als ze verdrietig is, huilt ze tien minuten lang en vertelt je hikkend bijna zonder adem te halen wat er aan de hand is, de camera ondertussen op haar verdrietige gezicht gericht. Maar ze neemt je ook mee naar haar musical repetities, opa, moeder, werk, vrienden en ze heeft een kudde broertjes en zusjes (ik ben er nog niet uit hoeveel) waarvan er 1 regelmatig bij haar logeert. Ze is grappig, echt, laat zich ook zien als ze net wakker is met een bril met hele dikke glazen op (nou scheelt het wel dat ze dan ook nog steeds knap is- ik zou dat niet moeten doen), laat scheten en boeren,  eet beschuit met hagelslag als ontbijt en potgroente als avondeten in plaats van hippe oats en Ottolenghi, heeft een onopgeruimd en bepaald niet design-ingericht huis, kortom, Rhija laat zien dat ze een mens is, net echt, met alles erop en eraan en ik hou ervan. Ik hoop dat ze zich nooit laat sponsoren, hipstereten kookt of dingen gaat ‘unboxen’ want dan ben ik weg. Het enige vervelende zijn haar intro-liedje (waarna ik, als ik het ’s ochtends kijk, de hele dag ‘Rhijaa, Rhijaaa, Rhijaaaaa- anus’ in mijn hoofd heb) en outro, waarmee hetzelfde gebeurt (hele dag in mijn kop). Maar laat je hierdoor niet weerhouden om te kijken naar die maffe, leuke vlogs.

10e

Via de vlogs van 10e kwam ik bij Rhija uit. 10e (Martine de Jong) is blogger, vlogger, schrijver en grafisch vormgever bij Zondag met Lubach. Een ontzettend veelzijdig iemand die ooit met ploggen begon (en vele navolgers kreeg, waaronder ik). Nu maakt ze vlogs en omdat ze ook nog eens een behendig filmer is die goed kan monteren, ogen en klinken de filmpjes professioneel. Ik vind de vlogs over haar persoonlijk leven leuk, ook omdat haar kijk op zaken origineel is en ze humor heeft (en leuke kinderen, in wie ik vaak dingen van mijn zoon herken). Je merkt dat ze heel goed weet wat ze hier wel en niet in vertelt of laat zien; ontboezemingen over haar leven of emoties zul je niet aantreffen, of heel onderkoeld of beheerst. Dat vind ik er ook heel knap aan: je hoeft niet alles te laten zien om toch leuke vlogs te maken.
De vlogs over Zondag met Lubach zijn natuurlijk promotie voor de show, maar ik ben persoonlijk niet zo weg van kijkjes achter de schermen- ik haak snel af. Verder een absolute aanrader voor mensen die graag goed in elkaar gestoken filmpjes kijken over het leven van een multitalent.

Matijn Nijhuis

Ook via 10e ontdekt: de nieuwslezer van Radio 2 vlogt. Ik heb in het verleden ook plogs van hem gelezen, die ik erg grappig vind. Zijn korte vlogjes, die standaard beginnen met een gesprek met zijn mauwende driepotige kat Els, zijn de moeite waard. Natuurlijk is het indirect reclame voor Radio 2, maar daar stoor ik me in dit geval niet aan. Ik moet regelmatig hardop lachen om deze filmpjes en dat gebeurt niet zo snel (niet dat ik zo’n humorloos iemand ben, maar hardop lachen doe ik niet gauw bij beeld). Alleen al om Els zou ik zeggen: kijken!

Meer vlogs kan ik niet aan in mijn leven, tenzij jij nog hele leuke tips hebt. Ik ben allergisch voor mensen die zich perfect voordoen, zich laten sponsoren, doen alsof ze het buskruit hebben uitgevonden en zichzelf het middelpunt van de wereld vinden. Nu hebben alle bloggers, ploggers en vloggers daar in meer of mindere mate last van (waarvan akte), maar ik kan me het meest vinden in de mensen die graag iets met je delen zonder er al te veel bij na te denken. Die niet een product willen promoten of rijk willen worden, maar belangrijke zaken in hun leven vast willen leggen, en hun gedachten ordenen door te schrijven/filmen/fotograferen. Dat herken ik, en vind ik leuk.

Wat las ik? #2

IMG_2851Het was vakantie, ik hoefde maar 2 dagen te werken aan lessen en gaf mezelf nog een weekje respijt op studiegebied. Zo geschiedde het dat ik zowaar drie boeken kon lezen:

Superschool- Eric van ’t Zelfde

Eric is geen geboren schrijver, waardoor het me moeite kost het boekje te lezen. Hij valt veel in herhaling en de superlatieven vliegen je om de oren. De mix van zijn visie op onderwijs en zijn persoonlijk leven kan ik niet helemaal volgen; hier had secuur redactiewerk niet misstaan. Desalniettemin is hij een bevlogen onderwijsman en beschrijft hij helder hoe hij een school weer helemaal op de rails kreeg. Eric is ook de rector van Dreamschool, een serie die ik met veel belangstelling en herkenning gevolgd heb. Zo kwam ik dit boekje op het spoor. Heel aardig voor iedereen met interesse voor onderwijs.

Het uur van het violet- Katie Roiphe

De dood intrigeert me altijd, het sterfbed van bekende schrijvers ook. Roiphe treft precies de juiste toon, waardoor de beschrijvingen van de laatste dagen van bijvoorbeeld Dylan Thomas of Susan Sontag indringend, maar niet te intiem worden. Het is mooi om te lezen hoe de ene mens tot het laatst vasthoudt aan het leven en de ander doelbewust en destructief op het einde af gaat. Zo je leeft, zo sterf je blijkbaar ook vaak, of juist precies omgekeerd. Ook na dit boek gelezen te hebben kan ik er geen peil op trekken. De dood, zo gewoon en toch een mysterie, ook voor beroemde, intellectuele schrijvers en denkers.

Swing Time- Zadie Smith

Bij ’t vorige wat-las-ik-blogje was ik nog bezig in dit boek. Het duurde even voordat Smith me ‘had’ en ik heb in het begin ook niet erg fanatiek doorgelezen. Pas toen de hoofdpersonen volwassen waren en hun verstriktheid in elkaar, hun overeenkomsten en verschillen me duidelijk werden, was er noodzaak om dit boek steeds weer op te pakken (in mijn telefoon dan wel, waar ik het grotendeels gelezen heb. Funest voor de ogen, dus toch maar doorsparen voor die e-reader.) Smith weeft ook heel subtiel de voor- en nadelen aan ‘gekleurd zijn’ door het verhaal, alhoewel ik niet durf te zeggen dat dit het hoofdthema is. Het lezen van dit soort boeken opent mij wel steeds meer de ogen over hoe het is om met een gekleurde huid door het leven te gaan, en hoe ongelooflijk hard het is dat dat nog steeds heel erg veel uitmaakt.
Overigens durf ik te beweren dat Smith een van de bij-personen, een beroemdheid die kinderen uit Afrikaanse landen adopteert en waar de verteller personal assistant van is, geënt heeft op Madonna. Wat het verhaal ook net weer wat smeuïger maakt.

De ondergrondse spoorweg- Colson Whitehead

In dit boek ben ik net begonnen. Het is meteen vanaf het begin zo pijnlijk om te lezen hoe er met slaven werd omgegaan op plantages in de Verenigde Staten, dat ik het af en toe weg moet leggen. Ik denk dat ik dit boek met veel wegleggen en weer oppakken ga uitlezen. Ik ben een beetje een leedvermijder geworden. Ik kijk vaak geen nieuws of zet het uit, en mijd films waarvan ik van tevoren al weet dat mijn mensbeeld er niet vrolijker van zal worden. Na 44 jaar wereldleed via beelden op televisie,  internet en sociale media ben ik een beetje overprikkeld. Het wil mijn hoofd niet meer in; liever probeer ik op kleine schaal het leed om me heen iets te verzachten en iets te betekenen voor mensen en dieren dichterbij.
Tegelijkertijd voel ik me daar vaak schuldig over- als ik van een afstand al overprikkeld raak, hoe zal het dan wel niet met de mensen gaan die in die ellende moeten leven? Alsof er kond van nemen iets afdoet aan hun pijn, alsof meekijken helpt.
Dit boek is urgent om te lezen, het gaat me iets vertellen wat ik maar ten dele wist, vrees ik. In een volgend verslagje meer.

Harry Potter en Moedervlekken

 Ik kocht per ongeluk een Engelstalige versie van het nieuwste Harry Potter boek. Daar moest ik zachtjes om huilen, want in het Engels lezen kost me momenteel iets teveel concentratie en energie, allemaal nodig voor mijn studie en baan. Ik heb niks meer over, dus voorlopig geen Harry.
In Moedervlekken kom ik maar niet verder, en het hele oeuvre (behalve het eerste) van Griet Op de Beeck ligt nog op me te wachten. Ik heb enkele bladzijden in alle boeken gelezen, maar kom er niet in verder. Raadselachtig, want Op de Beeck ligt me wel qua stijl.
De komende maanden zal ik veel studiegebonden boeken moeten lezen; ergens rond de zomer hoop ik weer tijd te hebben voor andersoortige literatuur. Ik denk dat ik er tegen die tijd ook wel ernstig aan toe ben. Niet in zijn geheel, maar wel qua leesvoer.